woensdag 2 december 2009

woensdag 19 augustus 2009

Een zwarte week (3)

Het leidend thema in de middeleeuwse kunst was vergankelijkheid. De dood was alom aanwezig. Pest, pokken, cholera, ziekten die wij nu alleen nog kennen uit verwensingen, waren aan de orde van de dag. Van palliatieve zorg was geen sprake. Euthanasie was niet nodig, kreperen deed men zo wel. Wie ouder werd dan 40, mocht zich gelukkig prijzen. (Als je eenmaal die leeftijd bereikt werd je dan ook met respect behandeld. Kom daar vandaag den dag nog maar eens om, maar dat is een ander verhaal). Toch bood de dood ook troost. Omdat het natuurlijk een tijd was waarin grote ongelijkheid heerste - als je voor een dubbeltje geboren was, moest je vooral een dubbeltje blijven, vond Thomas van Aquino, het geld behoorde toe aan de adel, want zij moesten zich als edelen kunnen kleden en gedragen, festijnen organiseren, een stoeterij onderhouden, etc.; dat hoorde bij hun status. En arme mensen waren slecht, daarom waren zij ook arm - werd de dood gezien als de grote democratische nivelleerder. Voor de dood was iedereen gelijk. In de dood waren alle pracht en praal niets meer waard, want daar werden vorst en volk gelijkelijk aan Gods oordeel onderworpen. Lange gedichten werden daarover geschreven. In Herfsttij der Middeleeuwen laat Huizinga chroniqeurs aan het woord die met kennelijk genoegen de ontbinding van het menselijk lichaam beschrijven. Wormen krioelen, verrotting slaat toe. Het meest tot de verbeelding sprak de aftakeling van een mooi vrouwenlichaam. Alles is ijdelheid.
Middeleeuwers hadden genoten van de dood van Farrah Fawcett, een van Charlie's oorspronkelijke Angels. Twee dagen na de dood van Bolle Jan en T. hoorde ik dat zij was bezweken aan een slopende ziekte, waarvan zij het verloop had laten vastleggen op film. Haar overlijden had groot nieuws moeten zijn. Het einde van een tijdperk, de ex-vrouw van de bionische man, The Big Hair. In RTL Boulevard zat Albert Verlinde ook opgewonden op zijn stoel te wippen. Maar een paar uur later was haar dood alweer vergeten, toen bekend werd dat Michael Jackson zijn laatste metamorfose had ondergaan.

zaterdag 15 augustus 2009

Een zwarte week (2)


Het begon met Bolle Jan. Ik las over zijn dood in de krant. Een bericht van nauwelijks vier regels op pagina 9. De samenvatting van een leven. Trefwoorden: Bolle Jan, accordeon, zijn vrouw Mien (overleden in april), café, René Froger, Wolter Kroes. In de stemming gebracht bladerde ik een paar bladzijden terug, naar de rouwadvertenties. Vol ongeloof staarde ik naar de naam die mij vanaf minstens zes advertenties toeschreeuwde. Ik keek nog eens. Las de naam nog eens zes maal. Zes dagen jonger dan ik. Hij moest het zijn. Mijn oud schoolgenoot T.S. In de advertenties spraken andere bekenden hun onbegrip uit over het onbegrijpelijke. Er viel uit op te maken dat hem op Terschelling een ongeluk was overkomen, tijdens het Oerol-festival. Er was een boot bij betrokken. Een van de advertenties bevatte wat regels uit een Steely Dan-nummer. Hoewel ik hem misschien al 30 jaar niet had gezien, greep het me toch aan. Op de middelbare school hadden we samen muziek gemaakt. Ook hadden we samen met een aantal anderen een week gezeild in Friesland. Hij was een ongecompliceerde jongen die van het leven hield. Er was geen greintje kwaad bij. Hij fotografeerde, speelde gitaar en had een bulderende lach. Na zijn eindexamen ging hij bouwkunde studeren. Het was een jongen, maar een aardige jongen. En nu was hij dood.
Hoe was het gebeurd? Ik type op internet zijn naam in en kreeg een stuk of 500 hits. Een aantal sites over architectuur meldden de toedracht van zijn dood: "Door de hekgolf van een van de veerboten werd de dinghy overspoeld waarin T. met zijn vrouw en anderen onderweg was van het Oerol-festival naar de boot waar ze overnachtten. De groep besloot vervolgens het laatste stuk te zwemmen, hetgeen hij zelf uiteindelijk niet heeft gehaald."
De dood an sich is niet stompzinnig, eerder groots en waarachtig, maar een stompzinnige dood bestaat wel. Ik stelde mij voor hoe het was gegaan. De aanvankelijke schrik nadat het bootje door de vloedgolf was getroffen. Daarna het herademen en misschien wel de uitgelatenheid omdat er niets ernstigs was gebeurd - het was tenslotte maar water - en het besluit - misschien wel ingegeven door die opluchting - om verder te zwemmen. En uiteindelijk het ongeloof en de paniek omdat iemand het niet gehaald had. Waar is T.? Is hij nog niet aan boord? Nee. Hij zwom toch vóór jou? Ik heb hem niet gezien. Waar is hij? Het roepen van zijn naam over de woeste golven. Steeds harder, steeds wanhopiger. Maar misschien was dat al een te dramatische voorstelling van zaken.
Wat laat T. achter? Een vrouw en twee hockeyende dochters. Wat gebouwen van zijn hand. En op internet, naast een paar berichten over zijn dood, een tiental foto's op Panoramio, gemaakt op verschillende locaties in Noord-Holland en Zeeland, verschillende berichten op de restaurantsite IENS, een paar zinnen in het gastenboek van een vakantiehuis aan het Comomeer, een trotse boodschap op de site van zijn nicht die in Amerika een CD heeft gemaakt en een drietal recensies op Amazon, geschreven met tussenpozen van 2 jaar, over Jaqcueline du Pré, The Early BBC recordings, Ilse de Lange, Clean Up en de KitchenAid KP26M1XDP Professional 600 Series 6-Quart Stand Mixer, Dark Pewter KitchenAid. O ja, en bij mij op de boekenkast hangt nog een foto die hij heeft gemaakt, waarop ik zwem met een zonnebril op en een haarband om.

woensdag 12 augustus 2009

Een zwarte week

Het begon met Bolle Jan. Na een, naar ik aanneem, moedig gedragen lijden deed hij er op 22 juni 2009 voorgoed het zwijgen toe. Toen ik in 1978 in Amsterdam ging wonen, kwam ik aanvankelijk in de Staatsliedenbuurt terecht, van oorsprong een beschaafde buurt, voornamelijk bewoond door geuniformeerde gemeenteambtenaren, zoals trambestuurders en stadhuisbodes. Het buurtcentrum, gevestigd aan de 2de Nassaustraat, heette dan ook De Koperen Knoop. In de tijd dat ik er kwam wonen, begonnen krakers langzaam bezit te nemen van leegstaande panden. Aan de ene kant heerste er nog de ouderwetse Amsterdamse gezelligheid, maar tegelijk begon de grimmigheid van de jaren '80 op te rukken. Agressieve, in groepjes opererende hanenkammen trokken 's avonds gewapend met koevoeten door te straten. Als je te lang naar ze keek, zoals ik als observator van het leven der anderen gewoon was te doe, werd je verrot gescholden. Als je je blik dan nog niet afwendde, liep je de kans door het in het zwart gehulde grauw in elkaar geslagen te worden. Als je een colbertje droeg, moest je oprotten met je Polak-pak [Wim Polak was de burgemeester van Amsterdam]. Maar het was nog niet zo uit de hand gelopen als halverwege de jaren tachtig toen de politie de buurt niet meer in durfde uit angst bekogeld te worden met dakpannen, bakstenen of verfbommen. In de Van Limburg Stirumstraat had je kaasboer Voortjes, die zo beschaafd was dat ik er winkelangst van kreeg. Met zijn witte jas deed hij ook meer aan een huisarts denken dan aan een kleine middenstander. En je had slagerij Pannekeet, wiens ossenworst kon wedijveren met die van slagerij Markus uit de Maasstraat (ORT). En over de brug, op de hoek met de De Wittenkade, zat café Bolle Jan. In het weekend klonk er gezellige accordeonmuziek en stond er een uitsmijter voor de deur. Zelf ben ik er nooit naar binnen geweest, maar mijn vriend M. wel. Eén keer om precies te zijn. Samen met een vriendin. De uitsmijter begroette hem als een oude vriend met de olijke woorden: Zo, heb je deze keer je vrouw meegebracht? Voordat de Staatsliedenbuurt een no go area werd waar de zwarthemden van de jaren '80 de dienst uitmaakten, verhuisde Bolle Jan naar het Rembrandt(s)plein. Bolle Jan is later vooral bekend geworden als de vader van topper René Froger, maar heeft zelf ook een verdienstelijke discografie achtergelaten. Zo heeft hij op het accordeon ook Leo Fuld begeleid, de zanger van het Jiddische levenslied, die mijn zus altijd tegenkwam in de Dirk van den Broek op Wittenburg. Leo Fuld is ook dood, 12 jaar alweer.
Het begon dus met Bolle Jan. Maar de dood is een gulzig dier en de week was nog jong.
(wordt vervolgd).