woensdag 12 augustus 2009

Een zwarte week

Het begon met Bolle Jan. Na een, naar ik aanneem, moedig gedragen lijden deed hij er op 22 juni 2009 voorgoed het zwijgen toe. Toen ik in 1978 in Amsterdam ging wonen, kwam ik aanvankelijk in de Staatsliedenbuurt terecht, van oorsprong een beschaafde buurt, voornamelijk bewoond door geuniformeerde gemeenteambtenaren, zoals trambestuurders en stadhuisbodes. Het buurtcentrum, gevestigd aan de 2de Nassaustraat, heette dan ook De Koperen Knoop. In de tijd dat ik er kwam wonen, begonnen krakers langzaam bezit te nemen van leegstaande panden. Aan de ene kant heerste er nog de ouderwetse Amsterdamse gezelligheid, maar tegelijk begon de grimmigheid van de jaren '80 op te rukken. Agressieve, in groepjes opererende hanenkammen trokken 's avonds gewapend met koevoeten door te straten. Als je te lang naar ze keek, zoals ik als observator van het leven der anderen gewoon was te doe, werd je verrot gescholden. Als je je blik dan nog niet afwendde, liep je de kans door het in het zwart gehulde grauw in elkaar geslagen te worden. Als je een colbertje droeg, moest je oprotten met je Polak-pak [Wim Polak was de burgemeester van Amsterdam]. Maar het was nog niet zo uit de hand gelopen als halverwege de jaren tachtig toen de politie de buurt niet meer in durfde uit angst bekogeld te worden met dakpannen, bakstenen of verfbommen. In de Van Limburg Stirumstraat had je kaasboer Voortjes, die zo beschaafd was dat ik er winkelangst van kreeg. Met zijn witte jas deed hij ook meer aan een huisarts denken dan aan een kleine middenstander. En je had slagerij Pannekeet, wiens ossenworst kon wedijveren met die van slagerij Markus uit de Maasstraat (ORT). En over de brug, op de hoek met de De Wittenkade, zat café Bolle Jan. In het weekend klonk er gezellige accordeonmuziek en stond er een uitsmijter voor de deur. Zelf ben ik er nooit naar binnen geweest, maar mijn vriend M. wel. Eén keer om precies te zijn. Samen met een vriendin. De uitsmijter begroette hem als een oude vriend met de olijke woorden: Zo, heb je deze keer je vrouw meegebracht? Voordat de Staatsliedenbuurt een no go area werd waar de zwarthemden van de jaren '80 de dienst uitmaakten, verhuisde Bolle Jan naar het Rembrandt(s)plein. Bolle Jan is later vooral bekend geworden als de vader van topper René Froger, maar heeft zelf ook een verdienstelijke discografie achtergelaten. Zo heeft hij op het accordeon ook Leo Fuld begeleid, de zanger van het Jiddische levenslied, die mijn zus altijd tegenkwam in de Dirk van den Broek op Wittenburg. Leo Fuld is ook dood, 12 jaar alweer.
Het begon dus met Bolle Jan. Maar de dood is een gulzig dier en de week was nog jong.
(wordt vervolgd).

2 opmerkingen:

  1. En het eindigde met Dunne Ivo. Ik hoop van niet maar aan het begin vd avond voelde het nog zo. Nu, na de draw (2-2) en enkele halve liters Best Bier van de Dirk sta ik er al weer iets beter op, op die fotoos die ik dagelijks van mezelf maak, in gedachten dan natuurlijk, zelfs ijdelheid kent grenzen. Zeg Thijs, ik mag dan voor banken en andere ogenschijnlijk minder louche bedrijven zoals uitgeverijen weerzinwekkende (flap)teksten en (werk)scenarioos schrijven, ik weet niet hoe lid te worden van jouw blog. Of word je geen lid van een blog maar reageer je slechts op het gebodene? Je blog lijkt sprekend op het enige blog dat ik inkijk, namelijk dat van Max Sebald. WG Sebald ook wel, een schrijver naar mijn hart die zich heeft laten doodrijden na het schrijven van minimaal 4 fenomenale boeken. Met die suicide moet ik dus nog even wachten, want mijn boekenteller staat nog op... 1...
    Over katrollen van zee-ivoor. Mooie titel vond ik dat, vorig jaar, naar een zinsnede uit Moby Dick, vertaald door jullie grote vriendin Barber vd Pol.
    Men heeft mij, gedichtenleverancier, wel eens gezegd, gesmeekt en anderszins onheus gevraagd mijn wekelijkse gedichten via een blog de wereld in te sturen maar dan krijg ik masculien gezandstraal met uitgevers en schrijvers.
    Ik doe even mijn overhemd uit en ontbloot daarmede tevens een gigatatoeage waar ik niet trots op ben maar die in de oorlog van een huwelijk op mijn linkerbovenarm terecht is gekomen. Dat ik het zo benauwd krijgt komt natuurlijk omdat jij, gewone man, mij, krankzinnige verrast met iets ongewoons, iets voor de krankzinnige ongrijpbaars maar zeer fascinerends. Maar laat ik ophouden mezelve luidruchtig voor te stellen, t houdt anderen wellicht van hun boeiende reaktietaak!...

    Voor de goede orde: ik ben dichter dichter en nog eens dichter en mijn laatste pennevrucht luidt alsvolgt:

    Clown op motorfiets

    Wat ik moet willen is: uitademen.
    Blazen naar waar ik naar toe ga
    en daar dan ook naar toe gaan.
    Roffel laten uitroffelen, uitrollen,

    kuch niet rochel noemen want
    benauwdheid is geen ademnood.
    Weet je wat ademnood is, ben je
    wel eens in dat diepe gesprongen.

    Sla beide handen maar in elkaar
    zonder er meteen in te knijpen.
    Pak bak na as. Doof herinnering
    in mangat van Apollo Henkie.

    Draag overhemdsmouw lekker lang.
    Slechts zij en zijden verdragen het.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. By the way, zelfs mijn buitengewoon geleerde broer kende Charles Cros niet, en mailde mij "hoe kom je daar nu weer aan"? Nooit vh geheim vd smid gehoord en vd immer struiende...

    BeantwoordenVerwijderen